Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân

Samenwerken aan een klimaatbestendige gemeente

Erik Faber, portefeuillehouder duurzaamheid

Voorwoord

Hittegolven, heftige stormen, neerslagrecords en lange periodes zonder regen. ‘Weerextremen’ is een begrip dat we in toenemende mate voorbij horen komen in de weersberichten. Deze geven duidelijk aan dat het klimaat verandert.

Ook in Súdwest-Fryslân hebben we te maken met de effecten van de klimaatverandering. Veel van deze gevolgen hebben met water te maken.

 Zo neemt het aantal droge periodes in Nederland toe, waardoor onder meer de vraag naar water toeneemt, de zoetwaterbeschikbaarheid afneemt en de kosten voor waterbeheer stijgen. Aan de andere kant nemen extreme neerslag en meerdaagse natte periodes toe.

Wateroverlast door extreme neerslag hebben we in Súdwest-Fryslân in de afgelopen jaren gezien in onder andere Woudsend, Bolsward en Sneek. Extreme neerslag en droogte - effecten van de klimaatverandering - vereisen dat wij regenwater beter moeten benutten.

Verder leidt de stijging van de zeespiegel tot allerlei uitdagingen ten aanzien van de waterinfrastructuur en de verzilting van zoet water.

Om het hoofd te bieden aan de klimaatveranderingen is door de gemeenteraad bepaald dat Súdwest-Fryslân in 2050 zo moet zijn ingericht dat we de effecten van klimaatverandering goed kunnen opvangen. Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân geeft invulling aan deze ambitie.

Realisatie van het omgevingsprogramma is geen klus die de gemeente in haar eentje kan doen. Daarom werken we samen met andere partijen, zoals Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân.

 Maar bovenal zoeken we de samenwerking met onze eigen inwoners. Want de maatregelen die we nemen bevorderen de kwaliteit van de leefomgeving van ons allemaal. Een gezonde en veilige leefomgeving maakt dat het ook de komende eeuw, ondanks of juist dankzij de klimaatverandering, in Súdwest-Fryslân prettig wonen, werken en genieten is.

 Namens het college van burgemeester en wethouders Súdwest-Fryslân,

Erik Faber, portefeuillehouder duurzaamheid


Inleiding

We werken als gemeente Súdwest-Fryslân (SWF) samen met professionele stakeholders, inwoners en bedrijven aan een klimaatbestendige en aantrekkelijke leefomgeving.

Aanleiding

In aansluiting op de nationale doelen en ambities opgenomen in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft de gemeente Súdwest-Fryslân de bredere Klimaatagenda SWF 2020 opgesteld. Deze agenda is op 1 juli 2020 vastgesteld door de gemeenteraad en bevat doelstellingen en ambities op het gebied van klimaatadaptatie waar de gemeente zich in de periode tot 2050 op gaat richten.

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie


In de Klimaatagenda zijn de klimaateffecten in Súdwest-Fryslân beschreven. Dit gaat om de effecten van wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. De klimaatagenda benoemt de volgende zaken:

Wateroverlast

Binnen de gemeente Súdwest-Fryslân zijn er meerdere locaties in de bebouwde omgeving die extreme buien nu en in de toekomst niet goed kunnen verwerken, waardoor de kans op wateroverlast (water op straat) toeneemt.

Bekende locaties van wateroverlast zijn:

  • Woudsend: diverse locaties (onder andere Kleasterstrjitte)
  • Heeg: De Skatting;
  • Sneek: diverse locaties;
  • Bolsward; diverse locaties

De kaart geeft weer naar welke gebieden het water stroomt als er een hoosbui valt met een intensiteit van 60 mm per uur. Dit zijn vaak de lager gelegen gebieden. Kaartmateriaal is afkomstig uit de Friese Klimaatatlas (analyses uitgevoerd door de Geodienst van de Rijksuniversitieit Groningen)

Wateroverlast Kleasterstrjitte Woudsend

De stedelijke kernen kenmerken zich door een redelijk hoge bebouwingsdichtheden, verharde straten, weinig openbaar groen en oppervlaktewater. Daarnaast hebben de grotere stedelijke kernen verschillende bedrijventerreinen die zich over het algemeen kenmerken door relatief veel verharding en weinig groen en oppervlaktewater. De mate van stedelijkheid is bepalend in welke maatregelen gerealiseerd kunnen worden gelet op maat en schaal.

De kleinere dorpen kenmerken zich over het algemeen door een minder hoge bebouwingsdichtheid, meer ruimte voor (privaat) groen en water. Hierdoor zijn wateroverlastknelpunten vaker lokaal en kan een oplossing voor wateroverlast over het algemeen eerder worden gezocht in een verbinding met het watersysteem.

Droogte

Door droogte ontstaan enerzijds watertekorten en verslechtert anderzijds de waterkwaliteit. Dit heeft effect op verschillende sectoren en water gebruikende functies zoals de landbouw, scheepvaart, natuur en drinkwater.

De kaart toont het neerslagtekort in een extreem droog jaar in het huidige klimaat. En het laat zien hoe dit toeneemt in het klimaatscenario voor 2050. Een extreem droog jaar komt gemiddeld 1 keer per 10 jaar voor (bron: KNMI - Klimaateffectatlas).

In veengebieden kan droogte verstrekkende gevolgen hebben. Hierbij kan in de eerste plaats worden gedacht aan bodemdaling door veenoxidatie, de verdroging van veenkaden, funderingsproblemen gebouwen en infra en de afname van zoetwaterbeschikbaarheid. Met name bodemdaling is een gevolg van klimaatverandering dat speelt in het Merengebied in Súdwest-Fryslân.

Droogtescheuren in veenkade

De dalende grondwaterpeilen in perioden van droogte leiden in de veengebieden tot versnelde bodemdaling als gevolg van veenoxidatie, waardoor woningen kunnen verzakken, houten funderingen kunnen verrotten en lokaal infrastructuur kan worden aangetast. Droogte kan ook verstrekkende gevolgen hebben voor de weidevogelstand.

Droogtescheuren in weg Terzool

Andere mogelijke gevolgen voor de landbouwsector, zijn onder andere verzilting van grondwater (met name bij de IJsselmeerkust) en een teruglopende beschikbaarheid van zoet water. Dit kan leiden tot een toename van gewasschade in de landbouw in dusdanige vorm dat een gewijzigde bedrijfsvoering voor de agrarische sector op den duur noodzakelijk blijkt.

De kaart geeft de verandering in grondwaterstand weer tussen de huidige situatie en de situatie zoals die is berekend voor 2050 bij een meer extreem klimaatscenario. Het gaat om de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) in de zomer. De GLG is het gemiddelde van de drie laagste gemeten grondwaterstanden per jaar, gemeten over en periode van 8 jaar.

Bij droogte ontstaat een grotere kans op verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit als gevolg van een verminderde doorstroming van het oppervlaktewatersysteem. Het IJsselmeer speelt een belangrijke rol als zoetwaterbuffer voor Nederland in perioden van droogte.

Bij ernstige watertekorten, bijvoorbeeld in perioden van langdurige droogte, hanteren waterbeheerders de verdringingsreeks voor de verdeling van het beschikbare zoetwater. Deze reeks geeft aan op welke wijze het beschikbare water verdeeld moet worden. Een prioritering ligt ten grondslag aan het verdelen van schaars water over verschillende functies:

  1. Veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade
  2. Nutsvoorzeiningen
  3. Kleinschalig hoogwaardig gebruik
  4. Overige belangen

Hierbij is de rangorde van categorieën 1 en 2 nationaal vastgesteld terwijl de rangschikking van categorieën 3 en 4 regionaal is vastgesteld in het waterhuishoudingsplan van de Provincie Fryslân.

Hittestress

Hittegolven zullen steeds vaker voorkomen en ze worden intenser en langduriger. Vooral in de zomerperiode kunnen extreme temperaturen leiden tot hittestress en gezondheidseffecten voor met name kwetsbare groepen. Daarnaast kan extreme hitte leiden tot een afname van de arbeidsproductiviteit.

Overlast door hittestress komt vooral tot uiting in woonwijken en bedrijventerreinen met veel verharding, weinig groen en weinig oppervlaktewater, waardoor temperaturen overdag oplopen en ’s nachts nauwelijks dalen (stedelijk hitte-eiland effect). Op basis van de uitkomsten van de stresstest zijn er enkele locaties binnen Súdwest-Fryslân waar hitte tot (gezondheids)effecten kan leiden. Het gaat dan onder meer om:

  • De wijken Sperkhem en Lemmerweg-Oost, Sneek;
  • Binnensteden Sneek en Bolsward;
  • Bedrijventerreinen in onder andere Sneek, Bolsward en Workum.

De kaart toont het verschil in gevoelstemperatuur tussen stad en het open buitengebied in 2050.

Hitte kan ook leiden tot een aantal (indirecte) gevolgeffecten, zoals het stijgen van de oppervlakte-watertemperatuur, waardoor uiteindelijk verslechtering van de waterkwaliteit kan optreden (zoals blauwalg / botulisme) wat uiteindelijk kan leiden tot gezondheidsrisico’s. Daarnaast kan hitte ook effect hebben op het functioneren van de infrastructuur binnen de gemeente, zoals het smelten van asfalt en het openen en sluiten van beweegbare bruggen. Gezien het grote aantal bruggen binnen de gemeente en het belang van de recreatie- en beroepsvaart enerzijds en het wegverkeer anderzijds is de bedrijfszekerheid van beweegbare bruggen van groot belang binnen Súdwest-Fryslân.

De kaart geeft de verandering van de watertemperatuur in oC per decennium weer. Hieraan is te zien dat het oppervlaktewater in de gemeente Súdwest-Fryslân de afgelopen decennia is opgewarmd. De verwachting is dat deze trend door klimaatverandering zal doorzetten. (Kaartmateriaal afkomstig uit de Friese Klimaatatlas)

Overstromingen

Overstroming kan in de gemeente Súdwest-Fryslân op twee manieren plaatsvinden: vanuit de boezem (meer lokaal) en vanuit het IJsselmeer en de Waddenzee (grootschaliger). De bescherming tegen overstromingen is een nationale en regionale taak. Zo is het kwaliteitsbeheer van keringen en de dijkcontrole in dit kader een belangrijke taak van Wetterskip Fryslân. De gevolgen van een eventuele overstroming kunnen lokaal echter wel grote gevolgen hebben. De stresstest toont aan dat met name binnen het IJsselmeergebied enkele gebieden liggen die extra kwetsbaar zijn voor overstroming vanuit het IJsselmeer:

  • Buitendijkse gebieden langs IJsselmeerkust;
  • Driehoek Stavoren, Warns, Molkwerum;
  • Droogmakerijen Parregaastermeer, Makkumermeer en Workumermeer;
  • Omgeving Zurich;
  • Makkumer Zuidwaard / recreatiegebied ‘de Holle Poarte’

Deze kaart toont hoe hoog het water kan komen door overstroming vanuit de zee of het IJsselmeer. (afkomstig uit de Friese Klimaatatlas)

Deze kaart toont hoe hoog het water in polders kan komen door overstroming vanuit de Friese Boezem. (afkomstig uit Friese Klimaatatlas)

Deze en andere kaarten zijn te raadplegen in de


Voordat we daadwerkelijk aan de slag kunnen, worden de doelstellingen en ambities uit de agenda verder geconcretiseerd in een omgevingsprogramma klimaatadaptatie.

Doelstelling

Het omgevingsprogramma benoemt concrete projecten op de korte termijn tot 2025 en geeft een aanzet voor de langere termijn maatregelen richting 2050. Hierbij is specifieke aandacht gegeven aan:

Waterpoort, Sneek

  • Planning (prioritering van klimaatopgaven, o.b.v. onderscheid van korte termijn maatregelen (2021-2025) en doorkijk richting 2050);
  • Inzet (organisatievoorstel capaciteit gemeentelijke organisatie);
  • Verantwoordelijkheid/rollen (wie staat waarvoor aan de lat);
  • Samenwerking (koppeling van ambities, belangen en doelstellingen);
  • Financiering (voorbereiding op aanvraag, impulsregeling DPRA, verkenning subsidiemogelijkheden en gemeentelijke bijdragen aan regionale opgaven);
  • Samenhang met andere beleidstrajecten en (regionale) programma's.

Bij de totstandkoming van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân is in november 2020 een serie van klimaatdialogen gevoerd. De opbrengsten hiervan zijn uitgewerkt tot concrete acties en maatregelen die in het programma zijn opgenomen.

Status en uitwerkingsniveau

Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân is de nadere uitwerking van de Klimaatagenda SWF 2020 en wordt ingebed als omgevingsprogramma onder de omgevingsvisie SWF. Een programma is een flexibel instrument dat de overheid kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus.

Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie bestaat uit een koepelrapport met acties en maatregelen die zijn verdeeld over vier bouwstenen.

Vaststelling

Het omgevingsprogramma is niet in beton gegoten. Het moet aanzetten tot werken aan klimaatadaptatie in de fysieke leefomgeving passend in de 6-jaar cyclus van het DPRA.

Een actualisatie van de bredere Klimaatagenda SWF komt begin 2022 in de raad. Een eerste actualisatie van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie is voorzien na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022.


Klimaatambitie

Het klimaat verandert

De afgelopen eeuwen is het percentage broeikasgassen in de lucht aanzienlijk toegenomen. Die houden meer warmte van de zon vast, waardoor de temperatuur op aarde stijgt. In de afgelopen 140 jaar is het wereldwijd gemiddeld 0,9°C warmer geworden ( IPCC ). De stijging van de temperatuur heeft gevolgen voor het klimaat: dat verandert.

Volgens onderzoekers van  Meteo Consult en KNMI  hebben wij in Nederland over een eeuw (of eerder) te maken met het klimaat zoals het nu in Zuid-Frankrijk is. Naast langere periodes van droogte en de toename in extreme hitte, merken we in Súdwest-Fryslân (SWF) ook dat het vaker en harder regent. Daarnaast stijgt de zeespiegel. Het is zaak om ons in SWF, net als in Nederland en de rest van de wereld aan te passen op de mogelijke  effecten  van klimaatverandering.

Klimaatambitie Súdwest-Fryslân [Omgevingsvisie SWF]

Als gemeente willen we in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig, energieneutraal en circulair zijn. Dat sluit aan bij de nationale klimaatdoelstellingen. Het is wenselijk om de verschillende opgaven met elkaar te verbinden. Dat leidt tot een gezonde, veilige en goede kwaliteit van de leefomgeving. Het heeft de voorkeur dat SWF initiatieven vanuit de Mienskip aanmoedigt en mogelijk maakt. Maatschappelijke acceptatie en draagvlak zijn daarbij van groot belang.

Gemeente Súdwest Fryslân - Omgevingsvisie 1.0

Klimaatbestending Súdwest-Fryslân: nadruk op ruimtelijke adaptatie

Voor het bereiken van een klimaatbestendige gemeente ligt de nadruk op ruimtelijke adaptatie, zodat de door SWF onderschreven landelijke doelstellingen ( Deltabeslissing Ruimtelijk e Adaptatie) worden gehaald:

  1. vanaf 2020 klimaatadaptief handelen is 'het nieuwe normaal' en
  2. in 2050 is Súdwest-Fryslân klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

Meerwaarde voor inwoners en bedrijven

Met de implementatie van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie werkt SWF aan een gezonde leefomgeving waar het ook de komende eeuw, ondanks of dankzij klimaatverandering, prettig en veilig wonen, werken en genieten is. Daarbij staan ‘geluk en welzijn’ centraal.

Duurzame ontwikkelingsdoelen

SWF heeft de zogenaamde  Sustainable Development Goals  (SDG’s), de wereldwijde doelen voor duurzame ontwikkeling, overgenomen en gebruikt als onderlegger voor het eigen duurzaam handelen. Het programmateam Klimaatadaptatie SWF maakt zich sterk als ambassadeurs voor SDG 13: de ‘aanpak van klimaatverandering’, en in het bijzonder sub-SDG 13.1: het aanpassingsvermogen versterken aan met klimaat in verband te brengen gevaren en natuurrampen, door:

·       Hittestress tegengaan door aantrekkelijk groen, ook in sociaal kwetsbare wijken: parkjes, geveltuinen, stadstuinen, groene daken

·        Waterberging en -afvoer verbeteren, opvangcapaciteit vergroten, ook bij woonhuizen waterberging voorzien

·        Herstel van groenblauwe dooradering van het landschap

·        Planten van bomen en (her)bebossing


Aanpak tot nu toe

Als gemeente Súdwest-Fryslân (SWF) werken we al geruime tijd aan klimaatadaptatie, waaronder de ambities die in het DPRA zijn verwoord. Gezien de vele initiatieven vanuit het rioolbeheer, lijkt de nadruk te liggen op de aanpak van wateroverlast. In aanvulling hierop ontplooit SWF ook initiatieven die zijn gericht op bewustwording, vergroening (tegengaan hitte en stimuleren biodiversiteit) evenals het meenemen van klimaatadaptatie in het ruimtelijk planvormingsproces.

Natuurinclusieve landbouw/veenweideaanpak

We zijn betrokken bij trajecten om te komen tot een meer natuurinclusieve landbouwpraktijk. Er wordt interbestuurlijk samengewerkt onder de noemer Greidhoeke Plus, met provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de gemeenten Leeuwarden, De Fryske Marren en Waadhoeke.

De samenhang met het waterbeheer is hierbij een belangrijk onderdeel. We participeren als gemeente binnen de aanpak Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland, die betrekking heeft op zowel het veenweide- als het kleiweidegebied. De Regiodeal komt in de periode 2021-2023 tot uitvoering. Voor het Friese Veenweidegebied is eind 2020 het Veenweideprogramma 2021-2030 in ontwerp ter inzage gelegd, uitgaande van een beoogde vaststelling eind mei 2021. De inzet is om te komen tot hogere waterpeilen, bodemdaling te verminderen, om te gaan met funderingsproblematiek en de CO2-uitstoot te reduceren. Dit vraagt onder meer om extra buffer voor waterberging.

Stresstesten

In samenwerking met de Friese partners zijn in 2018 klimaatstresstesten uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in de Friese Klimaatatlas ( www.frieseklimaatatlas.nl ). Deze klimaatatlas brengt de gevolgen van klimaatverandering binnen Friesland in beeld. Buiten oplossingen voor regionale opgaven (Regionale Adaptatie Strategie, RAS), geeft de atlas geen oplossingen voor lokale klimaatopgaven: de atlas signaleert alleen.

Actie Steenbreek

We zijn aangesloten bij de  Stichting Steenbreek  om samen met inwoners te zorgen voor (meer) groen in de buurt.

Subsidieregeling groene daken

We willen de aanleg van groene daken stimuleren. Daarom biedt SWF sinds 2020 een subsidieregeling aan voor huizenbezitters die hun dak willen voorzien van planten of struiken. Zie hiervoor op :  https://duurzaamsudwestfryslan.nl/subsidies/default.aspx#question=2089456 

Klimaatdialogen

Om invulling te geven aan participatie hebben we klimaatdialogen gevoerd met interne en externe stakeholders in de vorm van interactieve sessies. Doel van de dialogen is het creëren van bewustwording en draagvlak, het inventariseren van de raakvlakken die klimaatadaptatie heeft met andere thema’s, afstemming met regionale opgaven en het beantwoorden van de vraag in hoeverre klimaatadaptatie is opgenomen in het huidige beleid. De opbrengsten van de klimaatdialogen zijn uitgewerkt tot concrete acties en maatregelen.

Planvorming - klimaatbestendige nieuwbouw en herstructurering

We nemen klimaatadaptatie mee in ruimtelijke planvorming. Onder andere bij de volgende plannen zijn klimaatadaptieve maatregelen benoemd:

  • Groene Hart Bolsward;
  • Bolsward Oost;
  • Nieuwbouw locatie gemeentelijke Buitendienst;
  • Herinrichting stationsgebied Sneek;
  • Nieuwe busstation Bolsward

Bij nieuwbouw en herstructurering gaan we uit van het afkoppelen van (schoon) hemelwater dat op wegen en gebouwen valt. Dit betekent dat water van goede kwaliteit niet langer op het vuilwaterriool wordt geloosd. Daarnaast zorgen we voor de aanleg van voldoende oppervlaktewater als buffer voor piekbuien en voor zoveel mogelijk stevige groenclusters in de wijk. We kijken ook naar alternatieve manieren van bufferen van regenwater in groenstroken, zoals in wadi’s of in de ondiepe ondergrond (van nature beperkt geschikt). Het streven is om de toename van verharding voor wegen en parkeren zo laag mogelijk te houden. Daarbij passen we daar waar mogelijk open bestrating toe, zoals graskeien.

Rioolbeheer

Klimaatadaptatie is opgenomen in het vigerende vGRP Súdwest-Fryslân 2018-2022, waarbij de nadruk ligt op het verminderen van (regen)wateroverlast. Dit vertaalt zich in onder andere de volgende maatregelen:

  • Stelsels waterrobuust ontwerpen, waarbij de aandacht uitgaat naar de inloopzijde zonder overdimensionering van het stelsel;
  • belangrijke rioolstrengen intensiever in het beheer en onderhoud meenemen;
  • intensiever beheer en onderhoud kolken;wateroverlast locaties inzichtelijk hebben en als het noodzakelijk is maatregelen treffen;
  • daar waar mogelijk (en zinvol) afkoppelen. In de praktijk is dit voornamelijk wegoppervlak, maar ook daken (zie ook subsidieregeling groene daken);
  • grote dakoppervlakken afkoppelen van het vuilwaterriool;
  • zoveel mogelijk gebruik maken van oppervlakkige afstroming;
  • waar hoge grondwaterstanden worden verwacht, wordt een grote drain in de rioolsleuf mee gelegd om de grondwaterstand in de omgeving (bijv. wegcunet) beter te kunnen beheersen.


Aan de slag

Het werken aan een klimaatbestendig Súdwest-Fryslân in 2050

Om de eerder genoemde ambitie en doelstellingen te halen, gaan we aan de slag aan de hand van de volgende vijf strategieën:

Strategieën voor een klimaatbestendig SWF in 2050

Leidende (ontwerp)principes in ruimtelijke (her)ontwikkelingen

Om invulling te geven aan bovengenoemde strategieën gebruiken we de volgende leidende (ontwerp) principes in ruimtelijke (her)ontwikkelingen:

Navigatie: klik hieronder op de rechter pijl

Blauw en groen

Het behouden en versterken van bestaande groen / blauwe structuren;

Meervoudig ruimtegebruik gaat voor enkelvoudig

Om klimaatbestendige oplossingen die meer ruimte vragen mogelijk te maken;

‘Vasthouden – Bergen - Afvoeren’

Voor het duurzaam omgaan met hemelwater is dit de volgorde in afnemende voorkeur. Een afgeleide hiervan is de Droogte-trits: ‘Vasthouden – Voorraad vormen – Inlaten’;

Integrale aanpak

Wij handelen vanuit het leidende principe dat klimaatadaptatie integraal meegewogen wordt in keuzes over ruimtelijke ontwikkelingen, renovaties, gebruik van de bodem, etc.

Waterneutraal (en klimaatbestendig) bouwen bij nieuwe ontwikkelingen

Figuur: Een groen-blauwe kansenkaart voor de wijk het Eiland in Sneek. Deze is ontwikkeld tijdens een klimaatdialoog.

Welke rollen kiest de gemeente in klimaatmaatregelen?

Als gevolg van de hoge snelheid van klimaatverandering en de toenemende extremen zijn publieke en private partijen vaak onvoldoende voorbereid. Gevolg hiervan is een potentieel hoge maatschappelijke schade. De mate waarin de gemeente die zelf kan reduceren versus de rol die de gemeente kan vervullen als samenwerkingspartner voor andere partijen sluit aan op de acties en maatregelen in het programma.

Hierin onderscheiden we voor onszelf als gemeente vijf rollen:

  1. Stimuleren: via voorlichting werkt de gemeente aan bewustwording.
  2. Samenwerken (participatie): de gemeente gaat actief in gesprek met andere partijen.
  3. Faciliteren: de gemeente ondersteunt maatschappelijke initiatieven, bijvoorbeeld met kennis en subsidies.
  4. Regisseren: de gemeente neemt zelf maatregelen in de openbare ruimte of voert nader onderzoek uit.
  5. reguleren: de gemeente stelt kaders in bijvoorbeeld het omgevingsplan of dwingt maatregelen af in bijvoorbeeld een verordening.

In het uitvoeringsprogramma is per actie of maatregel aangegeven welke rol de gemeente Súdwest-Fryslân aanneemt in het werken aan klimaatadaptatie.


Borging in gemeentelijk beleid

Net zoals de energietransitie, de voortgaande verstedelijking, de beoogde natuurontwikkeling en de heroriëntatie van de landbouw, vraagt ook klimaatadaptatie om borging in gemeentelijk beleid. De urgentie en het belang van klimaatadaptatie moet eerst bij iedereen goed bekend zijn. Vervolgens gaat het over het organiseren van complexe vraagstukken, op een “all-inclusive” manier, en de transitie naar een meer duurzame samenleving en economie.

Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân is niet in beton gegoten en biedt ruimte voor herijking en aanpassing. We zetten een eerste stap in het ontdekken hoe we klimaatadaptatie willen organiseren, zowel intern als extern. Zo kan klimaatadaptatie bijvoorbeeld een plaats krijgen in een handboek openbare ruimte en/of in een leidraad (richtlijnen) bij klimaatbestendig (her)ontwikkelingen.

Beleidscyclus Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)

Het DPRA gaat uit van een uitvoeringsperiode van 2020-2050 op basis van een 6-jarige beleidscyclus (figuur 5.1). Iedere 6 jaar wordt een herijking gedaan van het klimaatadaptatiebeleid op basis van nieuwe KNMI klimaatscenario’s, zoals de klimaatstresstest, de risicodialogen evenals de uitvoeringsagenda.

Beleidscyclus van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)

Klimaatadaptatie in beleid Súdwest-Fryslân

Klimaatadaptatie in SWF begint bij ‘dat wat er al is’, door rekening te houden met klimaatadaptatie in lopende initiatieven, programma’s en projecten. In de omgevingsvisie SWF is klimaatadaptatie opgenomen als één van de hoofdambities. Daarbij zetten we als gemeente onder meer in op groenblauwe verbindingen in gebiedsontwikkelingen (structuur- en straatniveau), oplossingen op gebouwniveau evenals het inzetten op biodiversiteit.

Klimaatdialogen

Het voeren van de klimaatdialogen is het proces tussen de klimaatstresstest en het maken van een uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie. Het DPRA noemt dit het proces van de risicodialoog.

Klimaatdialogen worden gevoerd om betrokkenheid en participatie te bevorderen, invulling te geven aan het omgevingsprogramma klimaatadaptatie en om het klimaatadaptief handelen in SWF te versnellen. De dialogen leveren afgewogen keuzes en ambities op die bij voorkeur landen in de initiatieven, programma’s en projecten. Mede gebaseerd op de interne verkenning en opbrengst van de dialogen in het kader van de Klimaatagenda SWF zijn de volgende groepen klimaatdialogen onderscheiden:

  1. Werken aan klimaatadaptatie (klimaatopgaven en kansen in ruimtelijke projecten)
  2. Gemeentelijk beleid en handelen (intern)
  3. Water- en klimaatbewustzijn (externe partners)
  4. Regionale samenwerking (externe partners)

Deze onderverdeling is ook toegepast in de serie van acht dialogen die in november 2020 zijn gevoerd in het kader van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân.

Het voeren van klimaatdialogen is een cyclisch proces en is daarmee nooit afgerond. Voorgesteld is om na het versnellingsproces in de periode januari 2020 tot april 2021 deze klimaatgesprekken te integreren in het primaire proces en daarmee een vast onderdeel te maken van lopende initiatieven, programma’s en projecten.


Routekaart

De routekaart naar een klimaatbestendig Súdwest-Fryslân (SWF) heeft als doel om een gedragen aanpak en uitvoering van klimaatadaptatie in SWF nader te verkennen. Onder penvoerderschap van de gemeente komt deze verkenning bij voorkeur tot stand onder het Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat (FBWK) 2021 – 2025, zoals gepubliceerd onder de titel “samenwerken aan een water- en klimaatbewust Fryslân” (1 september 2020).

De routekaart bestaat uit de cyclische terugkerende stappen die nodig zijn om klimaatadaptatie aan te jagen en om de implementatie van klimaatadaptatie te volgen en sturen tot 2050. De acties en maatregelen uit het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân zijn niet in beton gegoten. Met het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario’s KNMI (in 2022 en 2023) wordt de klimaatatlas geactualiseerd en worden de stappen weten-willen-werken opnieuw doorlopen. Dit is input voor het actualiseren en herijken van het omgevingsprogramma passend bij de klimaatbeleids- en projectcyclus, de planning van KNMI en DPRA en de gemeentelijk Planning & Control cyclus.

De routekaart zet de lijnen uit voor een proces waarin we met een flexibele organisatie in stappen een steeds betere aanpak opbouwen. Klimaatadaptatie is geborgd in het omgevingsprogramma klimaatadaptatie onder de omgevingsvisie SWF.

Routekaart naar een klimaatbestendig Súdwest-Fryslân

Samenvatting acties en maatregelen

Korte termijn (tot 2025)

  • Het thema klimaatadaptatie in de praktijk brengen in bestaande overlegstructuren en beleidstrajecten;
  • Water- en klimaatbewustzijn intern en extern vergroten;
  • gebiedsgericht werken aan de opgaven van onze gemeente;
  • integraal en gebiedsgericht samenwerken aan regionale opgaven;
  • een integrale en gebiedsgerichte gemeentelijke organisatie en werkwijze;
  • onderzoeksvragen.

Middellange (2025) en doorkijk lange termijn (2050)

  • Met elkaar overwegen of we een eventueel "lange termijn masterplan Klimaatadaptatie" gaan opstellen, dat juist voor de langere termijn een doorkijk geeft.
  • Koppelkans met de Blauwe omgevingsvisie (Wetterskip Fryslân) die een visie 2050 en een doorkijk naar 2100 beoogt.
  • Onderzoeksvragen lange(re) termijn.


Inzet, middelen en bijsturen

Inzet

Klimaatadaptief worden en blijven vraagt langjarig commitment, besluitvaardigheid en lenigheid. Alle overheidsrollen (onderstaande figuur) zijn tegelijkertijd nodig. Het is belangrijk dat de capaciteit en het kennispeil op de werkvloer de komende jaren op hoog niveau blijven. Beweging aan de private kant van de gemeente vraagt inzet aan de publieke kant.

Rollen van de overheid in de samenwerking met de energieke samenleving

Voor private overeenkomsten en openbare besluiten zijn alle college- en raadsbesluiten voorzien van een zogenaamde “duurzaamheidsparagraaf”. Hierin wordt aandacht besteed aan klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit, waarmee de gemeente invulling geeft aan maatschappelijk verantwoord inkopen en aanbesteden. Voor het sturen op klimaatadaptatie met regels in het omgevingsplan wordt de komende jaren ervaring opgedaan. Afhankelijk van de effectiviteit van zowel de privaatrechtelijke als de publiekrechtelijke middelen stuurt de gemeente het beleid daar waar nodig bij.

Voldoende inzet en middelen

Voldoende personele inzet en middelen zijn belangrijke voorwaarden om ambities te verwezenlijken en doelstellingen te behalen. De ambitie is hoog voor de uitvoering in de openbare ruimte die de gemeente zelf ter hand neemt. Voor de gemeentelijke financiering van klimaatadaptatie gaan we uit van (een herverdeling van) de bestaande middelen en/of begrotingen, zoals:

  1. Rioleringsfonds (wateroverlast);
  2. Exploitatie (grondbedrijf);
  3. Reguliere projecten en (her)ontwikkelingen;
  4. Bestaande begroting (bijv. algemene middelen, duurzaamheid)

Uitgangspunt is om de inzet (capaciteit) en middelen (euro’s) zoveel mogelijk te combineren met bestaande werken en projecten. Voor het omgevingsprogramma klimaatadaptatie moet rekening worden gehouden met een inzet van ongeveer 1,25 fte. Deze (bestaande) inzet is verdeeld naar ambtelijke inzet, procesleider/ facilitator, expert klimaatadaptatie, informatie-GIS specialist, communicatie adviseur en financieel adviseur.

Wat daarnaast nog overblijft is de gevraagde financiering voor de maatregelen en acties uit het omgevingsprogramma klimaatadaptatie:

  • Een basisfinanciering of "zakgeld" voor het omgevingsprogramma, bijv. voor het uitvoeren van onderzoeks- en kennisvragen, communicatie en campagnes.
  • Extra publieke (klimaatadaptatie) maatregelen.

Net zoals bij andere gemeenten is het gangbaar om een 10% aandeel van het rioolvervangingsbudget uit het vGRP te alloceren. Het vigerende vGRP Súdwest-Fryslân heeft een looptijd van 2018 t/m 2022. Voor de resterende jaren 2021 en 2022 is jaarlijks budget van €1.392.000 gereserveerd. Uitgaande van het inzetten van een 10% aandeel voor het omgevingsprogramma, komt de beschikbare financiering overeen met bijna €140.000 per jaar. Dit overbrugt de periode tot na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 en sluit aan op:

  • De 1e herijking omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân in 2022.
  • het opstellen van een nieuw vGRP in 2023 voor de periode 2023-2027

Wateroverlast

Financiering door derden en subsidies

Daarnaast gaan we ook op zoek naar financiering door derden. Om de juiste kennis en investeringsmogelijkheden aan te trekken is regionale en (inter)nationale samenwerken essentieel. Die samenwerking is veel waard en leidt tot een groter maatschappelijk en economisch rendement. In veel gevallen kunnen maatregelen worden meegenomen in uitvoeringsplannen voor nieuwbouw en groot onderhoud zonder dat dit extra geld kost. Het vraagt wel extra aandacht, op tijd de kennis inbrengen en over de grenzen van een project durven kijken.

Bolsward, Laag Bolwerk

Waar extra maatregelen in de openbare ruimte gevraagd zijn, voorziet het rioleringsfonds in financiële mogelijkheden indien er een relatie is met opvang van regenwater. En bij echt grote knelpunten kunnen provincie, waterschap of de rijksoverheid meefinancieren. Dat geldt in ieder geval voor investeringen in de werkregio Fryslân (DPRA impulsregeling). Daarnaast kan aansluiting worden gezocht bij de aanpak van de Regiodeal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland, het Veenweideprogramma 2021-2030, de Boezemvisie en de Blauwe omgevingsvisie (Wetterskip Fryslân), om in samenhang hiermee initiatieven te ontplooien met partners.

Als onderdeel van financiering door derden kijken we naar Europese investeringsfondsen, zoals Life IP. Concreet speelt hier de aanpak rond de (Europese) aanvraag  LIFE IP “NASccelerate” , die samenhangt met de Nationale Adaptatie Strategie (NAS). Het gaat om een samenwerking van ruim 20 overheden en partners vanuit heel Nederland, met diverse voorstellen om klimaatadaptatie te versnellen in de periode 2022-2027. Vanuit SWF zetten we in op de realisatie van enkele demonstratiesites en de ontwikkeling van businessmodellen om klimaatadaptatie te stimuleren. Eind 2021 wordt bekend of hiervoor Europese middelen beschikbaar komen.

Afsluitdijk

Hoe gaan we vooruitgang meten en bijsturen?

Uitvoering van klimaatmaatregelen vraagt ook om monitoring óf en in welke mate de geformuleerde doelen worden bereikt (evaluatie). Het meetbaar (monitoring) en stuurbaar (evaluatie) maken van de voortgang van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân ondersteunt het bestuurlijk draagvlak voor klimaatadaptatie en de financiële verantwoording. We zijn voornemens om de voortgang bij te houden (‘monitoring’) en de wijze van sturing (‘herijking’) op klimaatadaptatie in kaart te brengen. Het opstellen van een stappenplan en uitwerken van contouren van de monitoringstrategie is als actie opgenomen in het omgevingsprogramma.

 Er bestaan reeds verschillende benchmarks of indices met indicatoren gerelateerd aan klimaatadaptatie. Een nadere onderbouwing is nodig zodat deze indicatoren en de toepassing ervan daadwerkelijk passen bij de doelen en ambities van de gemeente Súdwest-Fryslân. Hierbij kan gedacht worden aan:

  • Combineren strategische indicatoren (kwalitatief) met fysieke indicatoren (kwantitatief).
  • Bepalen referentiesituatie (0-meting of "stand still") of plaatsen in perspectief van transitie (verleden, heden en toekomst). Zie eerste voorbeeld hieronder.
  • Presentatie indicatoren - bijvoorbeeld "scores" of "labels"(zoals klimaatmonitor Eindhoven). Zie tweede voorbeeld hieronder.
  • Afbakening ruimtelijke schaal - per maatregel, wijk of stadsbreed?
  • Eenduidige scoring indicatoren koppelen aan protocol toepassing "monitoring en evaluatie".
  • Inpassen in gemeentelijke Planning & Control cyclus, evenals rollen, taken en verantwoordelijkheden.

Voorbeeld: perspectief transitieladder

Naast benchmark-indicatoren is ook een transitieladder of -raamwerk nodig om de uitvoering van klimaatbestendige inrichtingsmaatregelen meet- en stuurbaar te maken. De transitie naar de Waterbewuste Stad is hiervan een voorbeeld (figuur hiernaast).

Meer informatie in artikel  Transitie naar de Waterbewuste Stad: omgaan met verstedelijking, waterbeheer en klimaatverandering  (in Water Governance themanummer over transities, december 2020).

Figuur: Transitie naar de Waterbewuste Stad (gebaseerd op de Water Sensitive City, Brown et al., 2009)

Voorbeeld: set beoordelingscriteria voor “aandeel blauwgroen”

Hierbij gaat het om het behouden en versterken van bestaande groene en blauwe structuren (in de bebouwde omgeving). Om deze indicator meetbaar te maken voor de monitoring zijn de volgende twee vragen met bijbehorende criteria weergegeven in de tabellen hiernaast. Hierbij ligt de focus op het aandeel van groen en blauw in de bebouwde omgeving. De percentages zijn gebaseerd op de Green City index (Ojeda, 2018).


Acties en maatregelen

Overzicht acties en maatregelen

Alle acties en maatregelen die wij gaan oppakken in het kader van het omgevingsprogramma zijn samengevat in de overzichtstabel op de volgende pagina. De maatregelen zijn daarbij geclusterd en opgenomen binnen één van onderstaande bouwstenen:

In de overzichtstabel is per maatregel aangegeven welke rol wij als gemeente hebben, welke partij trekker is, wat de planning (startjaar) is en hoe financiering geborgd is/gaat worden.

Bijdrage maatregelen aan strategieën Súdwest-Fryslân

Tot slot is per maatregel de bijdrage aan de vijf strategieën die ons gaan helpen om de genoemde ambities en doelstellingen te behalen. Deze strategieën zijn tevens opgenomen in de omgevingsvisie SWF.

Museumgebouw Hindeloopen

  1. Water- en klimaatbewustwording vergroten, zowel in- als extern.
  2. In de praktijk brengen van klimaatadaptatie door te werken aan de opgaven in onze gemeente. Integraal werken, zowel intern tussen teams als extern met verschillende partners.
  3. Verankeren van klimaatadaptatie in gemeentelijk beleid en handelen waardoor klimaatadaptatie een integraal onderdeel wordt van afwegingen.
  4. Met samenwerkingspartners werken aan (regionale) opgaven. Rolbewustheid is hier onderdeel van. Elk gebied heeft zijn eigen specifieke kenmerken, die leidend moeten zijn in de keuzes die we maken ten aanzien van klimaatadaptatie en integrale afwegingen.
  5. Het benutten en versterken van de cyclus van kennis en monitoring.

De maatregelen en acties in het omgevingsprogramma geven nadere invulling aan deze strategieën. In bouwsteen 3 is het voorstel opgenomen om een monitoringsstrategie te ontwikkelen, waarin per maatregel de indicator(en) voor monitoring gekoppeld is/zijn aan de voor die maatregel relevante strategie(ën).

Kenmerkentabel per maatregel

De bouwstenen bevatten per maatregel een kenmerkentabel geclusterd naar ‘korte termijn 2021–2025’ en ‘doorkijk richting 2050’ (lange termijn). Een aantal acties op de middellange en lange termijn kan verder vorm krijgen nadat de uitkomsten van acties en maatregelen, zoals onderzoeksvragen (nut en noodzaak), bekend zijn.

De kenmerkentabel per maatregel bevat de volgende kenmerken:

  • Doelen: het doel van de maatregel, gerelateerd aan de strategieën.
  • Toelichting: een inhoudelijke toelichting op de maatregel.
  • Resultaten: het/de specifiek(e) resulta(a)t(en) van de actie.
  • Indicator voor monitoring: Een aanzet voor welke strategie(ën) van SWF in het werken aan klimaatbestendigheid (zie bovenstaand) kunnen worden uitgewerkt tot monitoringsindicatoren.
  • Rol gemeente: De gemeente kan verscheidene rollen aannemen, gebaseerd op o.a. verantwoordelijkheid en ambitie.
  • Partijen: Samenwerking is binnen klimaatadaptatie essentieel om tot het gewenste resultaat te komen. Opgenomen is welke partijen betrokken zijn bij de maatregel.
  • Financiering: Een indicatie van (indien mogelijk) de kosten en de financieringswijze van de maatregel.
  • Planning: In/per welk jaar de maatregel geprogrammeerd staat.
  • Relatie andere ontwikkelingen: Een overzicht van andere (regionale) ontwikkelingen of trajecten binnen de gemeentelijke organisatie waar de maatregel een link mee heeft.

Met het dynamische karakter van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân ontstaat de mogelijkheid om acties en maatregelen doorlopend verder aan te scherpen en aan te vullen.

De kenmerkentabellen zijn te downloaden via de volgende knoppen:

Bouwsteen 1 - Werken aan klimaatadaptatie:

Bouwsteen 2 - Participatie en communicatie:

Bouwsteen 3 - Organiseren eigen opgaven:

Bouwsteen 4 - Organiseren regionale opgaven:

Colofon

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân versie 1.0 - mei 2021

Opdrachtgever

Gemeente Súdwest-Fryslân

Penvoerder inhoud

Royal HaskoningDHV

Klimaatdialogen

Royal HaskoningDHV

Gebruikte kaarten afkomstig van:

www.frieseklimaatatlas.nl www.klimaateffectatlas.nl

Erik Faber, portefeuillehouder duurzaamheid

Waterpoort, Sneek

Strategieën voor een klimaatbestendig SWF in 2050

Beleidscyclus van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)

Routekaart naar een klimaatbestendig Súdwest-Fryslân

Rollen van de overheid in de samenwerking met de energieke samenleving

Wateroverlast

Bolsward, Laag Bolwerk

Afsluitdijk

Museumgebouw Hindeloopen

Wateroverlast Kleasterstrjitte Woudsend

Droogtescheuren in veenkade

Droogtescheuren in weg Terzool