
Klimaatverandering in Oost-Nederland
Introductie
Wat verandert er aan het klimaat?
Het klimaat verandert wereldwijd en dus óók in jouw omgeving. Wat gaat er dan veranderen? Het wordt natter, heter én droger!
Klik op de menu-items met de verschillende thema's om te weten hoeveel het klimaat gaat veranderen in Oost-Nederland.
Deze klimaatatlas biedt je daarnaast inzicht in de effecten van klimaatverandering in jouw gemeente. Gemeenten brengen de kwetsbare locaties voor je in beeld voor de thema's wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Zij doen dat door het uitvoeren van stresstesten .
Weet van Water
Je kunt zelf een steentje bijdragen om droogte, hitte of wateroverlast in de buurt tegen te gaan. Wil je weten wat je kunt doen? Klik dan op onderstaande knop.
Scroll naar beneden om de stresstest resultaten te bekijken in de klimaatatlas van jouw gemeente.
Klimaatatlassen Oost-Nederland
Deze klimaatatlassen zijn gemaakt door Waterschap Rijn en IJssel en de gemeenten binnen haar beheergebied.
Klik op de kaart of onderstaande lijst op de naam van jouw gemeente om de klimaatatlas te openen.
Natter
Extreme neerslag leidt regelmatig tot wateroverlast. Door klimaatverandering kan dit vaker voor gaan komen. De algemene trend voor Nederland is dat de zomerse hoosbuien heviger worden en de winters natter. We zien bijvoorbeeld nu al een toename van neerslag in de winter van 26% sinds 1906. In Oost Nederland zijn er het afgelopen decennium een aantal forse zomerbuien overgekomen. Denk bijvoorbeeld aan de hevige buien in aug 2010, mei 2012, juli 2014 en juni 2020.
In dit kaartverhaal wordt het effect van klimaatverandering op neerslag weergegeven.
Extreme neerslag
Op 26 augustus 2010 trok een extreme hoosbui over het gebied. Dit leidde tot wateroverlast in de Achterhoek, zowel in het stedelijk als landelijk gebied. Hierdoor moest onder meer de Twenteroute (N18) worden afgesloten. Bij weerstation Hupsel (nabij Eibergen) werd 142 mm neerslag gemeten.
Zomerse hoosbuien worden heviger en vallen vaker
Door klimaatverandering kunnen extreme hoosbuien, zoals in 2010 en 2014 vaker voorkomen. Bovendien worden de hoosbuien extremer.
Laten we eens kijken naar een extreme bui die met een kans van eens in de 100 jaar valt. In ons huidige klimaat is dat een bui van 85 mm. In het klimaat van 2050 zal deze bui extremer zijn. Dan kan er wel tot 100 mm vallen. De kans dat de bui van 85 mm valt is vergroot van één keer nu naar bijna drie keer per 100 jaar in 2050.
Bedenk hierbij dat 1 mm neerslag gelijk is aan 1 liter per vierkante meter. Het gaat hier dus om buien die in 24 uur 85 tot 100 liter water per vierkante meter loslaten. In een heel jaar valt bij het huidige klimaat gemiddeld 850 mm oftewel 850 liter per vierkante meter.
Wateroverlast in Lichtenvoorde na extreme hoosbui in 2010
Meer zeer natte dagen
Door klimaatverandering krijgen we niet alleen vaker te maken met meer extreme hoosbuien, het aantal zeer natte dagen per jaar neemt ook toe. Er valt dan tenminste 25 mm neerslag. In het huidige klimaat is het gemiddeld aantal dagen per jaar dat er 25 mm of meer valt in Oost-Nederland 1 tot 3 dagen. Door klimaatverandering neemt dit toe naar 2-4 dagen per jaar in 2050 in het WH scenario.
Meer neerslag in de winters
Het is waarschijnlijk dat vooral het winterseizoen (december tot februari) door klimaatverandering natter zal worden. De kaart toont hoe in het huidige klimaat in het gebied grotendeels 200 tot 225 mm valt. In 2050 neemt dit toe tot 300 mm.
Dit komt overeen met de zeer natte winters zoals in 2006/2007 waar 271 mm viel en 2001/2002 waar 279 mm viel.
Langdurige regenval
Bij een langdurige periode met veel neerslag, vaak in de winter, kan het regionale watersysteem onder druk komen te staan. Op den duur raken de bodems verzadigd en kunnen bijvoorbeeld landbouwgronden onder water komen te staan.
De tiendaagse neerslagsom die eens per 100 jaar valt is in het huidige klimaat 161 mm. Door klimaatverandering kan dit toenemen tot 179 mm in 2050, en tot wel 196 mm in 2085.
Heter
Door klimaatverandering wordt het warmer. Niet alleen de gemiddelde temperatuur stijgt, ook de extremen nemen toe. Hoewel hogere temperaturen goed zijn voor recreatie en toerisme, zorgt hitte voor gezondheidsrisico’s voor de mens en schade aan de natuur. Dit kaartverhaal laat zien hoe hitte verandert door klimaatverandering in de regio.
Flink meer tropische dagen
Door klimaatverandering stijgen de maximale temperaturen harder dan de gemiddelde temperaturen. Hierdoor gaan tropische dagen vaker voorkomen. Dit zijn dagen van boven de 30 graden.
In het huidige klimaat ligt het gemiddeld aantal tropische dagen per jaar op 3 tot 6 dagen in Oost Nederland. Door klimaatverandering zal dit 12 tot 18 dagen zijn in het heetste scenario van het KNMI.
Deze kaart houdt nog geen rekening met het verschil tussen het stedelijk en landelijk gebied. In het stedelijk gebied zal het nóg warmer worden, doordat dichtbebouwde en versteende oppervlakten warmte vasthouden. Dit staat bekend als het hitte eiland effect.
Heetste zomerdag
Voor de verwachte veranderingen in temperatuur geldt dat de extremen sneller zullen stijgen dan de gemiddelden.
Dit is duidelijk zichtbaar als we de heetste zomerdag erbij pakken. De gemiddelde temperatuurstijging is ongeveer 2 graden ten opzichte van huidig klimaat.
Het figuur laat de totale bandbreedte zien van de gemiddeld heetste zomerdag. De gemiddeld heetste zomerdag kan oplopen van 32,5 nu naar 36,2 graden in 2050. Dat is bijna 4 graden meer dan de gemiddelde temperatuurstijging.
De werkelijk heetste optredende zomerdag kan veel hoger liggen. Denk daarbij aan de zomer van 2019. Toen werd het bij het KNMI meetstation Hupsel (nabij Eibergen) 40,4 graden.
Meer koelbehoefte
De buitentemperatuur heeft invloed op onze behoefte om huizen te verkoelen of te verwarmen. Doordat de zomers gemiddeld warmer worden en de winters gemiddeld milder, zal deze behoefte ook veranderen.
Het figuur laat de effecten van klimaatverandering op de potentiële behoefte aan verkoeling en verwarming zien. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat er behoefte is aan verkoeling bij een temperatuur van meer dan 22 graden, en behoefte aan verwarming bij minder dan 18 graden. Voor elke dag dat een van deze waarden wordt overschreden neemt de potentiele energiebehoefte toe. Het figuur toont dat de potentiele energiebehoefte om te koelen harder toeneemt dan dat de behoefte om te verwarmen afneemt.
Langdurige hitte
Door klimaatverandering neemt ook het aantal aaneengesloten warme perioden toe.
De kaart toont dat het aantal aaneengesloten zomerse dagen in Oost-Nederland toeneemt van 7 tot 9 dagen in het huidige klimaat naar 11 tot 15 dagen per jaar in 2050 in het meest warme scenario van het KNMI.
Bij veel mensen staat de hitte van 2019 nog op het netvlies. In 2019 werden hitterecords verbroken en waren er maar liefst twee hittegolven met gevolgen voor de samenleving. Verzorgingstehuizen stonden bijvoorbeeld op scherp, verschillende evenementen werden afgelast, er waren problemen op het spoor en open water kampte met blauwalg.
Droger
Door klimaatverandering zijn langere perioden van droogte mogelijk, met name in de zomer. Droogte kan voor problemen zorgen voor natuur en landbouw. Daarnaast zijn lage waterstanden een bedreiging voor de waterbeschikbaarheid, de kwaliteit van het oppervlaktewater en de bevaarbaarheid van rivieren en kanalen. Bovendien neemt het risico op natuurbrand toe. In dit kaartverhaal wordt het effect van klimaatverandering op droogte weergegeven.
Hoger neerslagtekort
Het neerslagtekort (het verschil tussen de gevallen neerslag en de verdamping) in de zomer kan door klimaatverandering toe gaan nemen. Er is dan onvoldoende water beschikbaar voor optimale groei van bijvoorbeeld landbouwgewassen en natuur of voor water in de sloot voor waterleven. Bovendien leidt langdurige droogte in Oost-Nederland tot lage waterstanden met gevolgen voor de scheepvaart.
De jaren 2018, 2019 en 2020 waren voorbeelden van extreem droge jaren. Daarom werd in die zomers een sproeiverbod afgekondigd (een verbod om water uit de rivieren en sloten te onttrekken voor het sproeien van gewassen). Ook werd, daar waar mogelijk, water ingelaten vanuit de grote rivieren en het Twentekanaal, om te zorgen dat de waterkwaliteit in de steden niet verslechterde en om kwetsbare/beschermde natuur te voorzien van water.
Op de kaart zie je hoe het maximale neerslagtekort (eens per 10 jaar) in de zomer toe kan gaan nemen door klimaatverandering. Dat is zichtbaar in de lens.
Wil je op de hoogte blijven van de droogte situatie in het beheersgebied van waterschap Rijn en IJssel dan is de website wrij.nl/droogte een aanrader.
2018 was het eerste droge jaar in een serie van drie, met nadelige gevolgen voor de landbouw zoals naar voren komt in het filmpje.
Waterschap Rijn en IJssel start balgen-project in strijd tegen droogte
Droge zomers en meer verdamping
De afbeelding hiernaast toont hoe droogte zich kan ontwikkelen door klimaatverandering. Enerzijds neemt de jaarlijkse verdamping toe en anderzijds verandert de zomerse neerslag. Met betrekking tot de laatste is het onzeker in welke richting deze verandert. Door het KNMI zijn 4 scenario’s voor klimaatverandering ontwikkeld. In twee scenario’s zien we minder neerslag en dus drogere zomers door een verandering van luchtstromingspatronen. De neerslag in de zomer neemt af en de verdamping neemt toe. De andere scenario’s gaan niet uit van een verandering van luchtstromingspatroon en verwachten een fractie meer neerslag in de zomer.
Langere drogere perioden
Door klimaatverandering kunnen droge perioden langer duren. In het huidige klimaat zijn er gemiddeld 16 aaneengesloten dagen per jaar droog. In 2050 zijn dit er 18 in het meest droge scenario van het KNMI.
Droge perioden brengen een verhoogd risico op natuurbrand met zich mee. In de droge zomer van 2017 bijvoorbeeld, brandde een stuk natuur af aan de rand bij Doetinchem.
Foto: omroep Gelderland. Natuurbrand 9 april 2017. Langs Schelmseweg bij Rozendaal
Klimaatscenario's KNMI
Meer informatie over de scenario's van het KNMI kun je hier vinden.